010 Lijf
Het lijf dateert van 1952, naoorlogs dus. Noordelijk en dus aardig aan de lengte, maar wel op de terugweg, aarzelend tussen 1.88 en 1.87 meter. Het gewicht is van rond de 85 kilo structureel teruggebracht naar 75 kilo, vanwege diabetische genen. En ik heb het elders al gemeld: mijn brein is dioptisch. Alles werkt nog aardig, met hier een piep (oren) en daar een kraak (gewrichten). Dat is per saldo heel mooi, want sinds 2018 genieten lijf en ik van de pensioengerechtigde leeftijd.
Dat ook kantoren niet alles zijn, bleek al snel. Klachten die kwamen door een matig binnenklimaat, verdwenen in het vrije leven als sneeuw voor de zon. Zelfs de halverwege mijn loopbaan opgelopen rsi-klachten zijn aardig onder controle, maar wel dagelijks blijven oefenen. Het zijn de minimale fracturen die ik heb overgehouden van 40 jaar buffelen bij één en dezelfde werkgever. Zolang bij dezelfde baas, eerst onder de naam Grontmij en op de valreep nog enkele jaren Sweco, dat zegt wel iets over deze werkgever. Los daarvan: mijn werk heeft mij mede gevormd tot wie ik ben. Ik heb in mijzelf kwaliteiten zien groeien, waarvan ik niet wist dat ik ze had.
Over delen gesproken: dit lijf is en wordt gedeeld. De eredivisie haal ik niet meer. Maar lijf en ik blijven in kleine kring spontaan inzetbaar voor helpend denk-, klus- en sjouwwerk. Waarom slechts in kleine kring? De kring waarvoor ik met liefde medeverantwoordelijkheid draag, is nu eenmaal klein. Daarbuiten kies ik mijn eigen vormen van delen: vormen die bij mij passen en die niet alleen in kleine kring, maar ook maatschappelijk zoden aan de dijk zetten. En na dit leven mogen ze mij demonteren en mijn organen delen met mensen die ze kunnen gebruiken; ik ben orgaandonor.